Groningen Life Sciences: De ankerinstelling die haar eigen spin-out-ecosysteem voedt én uithongert

Groningen Life Sciences: De ankerinstelling die haar eigen spin-out-ecosysteem voedt én uithongert

Groningen produceert per inwoner meer life sciences-IP dan bijna elke andere stad in het noorden van Nederland. Het universitair medisch centrum voert meer dan 300 actieve klinische studies uit. De incubator heeft meer dan 100 стартапы ondersteund. De Health Campus voegt 15.000 vierkante meter wet-labruimte toe. Op papier is dit een cluster op de rand van een doorbraak.

In de praktijk blijft die doorbraak uit. Minder dan 10 van de 150 bedrijven in de Life Cooperative Groningen zijn uitgegroeid tot meer dan 50 medewerkers. Slechts één lokaal life sciences-bedrijf sloot in 2024 een Series A boven €5 miljoen af. Het sterftecijfer van spin-outs tussen seed en Series A ligt op ongeveer 65%, tegenover 45% landelijk. De kloof tussen academische oorsprong en commerciële volwassenheid wordt niet kleiner — ze verhardt.

De oorzaak is geen gebrek aan wetenschap of investeringen in infrastructuur. Het is een talentparadox die centraal staat in het hele ecosysteem. UMCG, de instelling die de intellectuele eigendom en klinische expertise genereert waarvan deze spin-outs afhankelijk zijn, trekt tegelijkertijd precies de professionals aan die deze spin-outs nodig hebben om te groeien. Wat volgt is een analyse op operationeel niveau van waarom de life sciences-arbeidsmarkt in Groningen functioneert zoals ze doet, waar de specifieke knelpunten zitten, en wat organisaties die in deze markt actief zijn of haar betreden moeten begrijpen voordat zij hier een team proberen op te bouwen.

De vorm van de life sciences-economie van Groningen in 2026

Het Healthcare & Life Sciences biedt werk aan ongeveer 4.500 fte's in gespecialiseerde biotech- en medtechbedrijven, met nog eens 2.800 in ondersteunende R&D-diensten. Deze cijfers, afkomstig uit de economische vooruitblik van NOM voor Noord-Nederland, vertellen een misleidend verhaal als ze op zichzelf worden gelezen. De sector lijkt omvangrijk — dat is hij niet.

Het gemiddelde aantal medewerkers per spin-out is 8,4. Achtenzeventig procent van de leden van de Life Cooperative heeft minder dan 10 medewerkers. De gezamenlijke omzet van de ruim 150 aangesloten bedrijven bereikte in 2023 €280 miljoen — een cijfer dat indrukwekkend klinkt totdat u ziet dat UMCG alleen al in datzelfde jaar €1,42 miljard omzette. De spin-outlaag is een constellatie van micro-ondernemingen die rond één massieve ankerinstelling cirkelen.

Dit is relevant voor werving, omdat het betekent dat de talentmarkt niet wordt gevormd door conventionele concurrentie tussen werkgevers. Er is geen grote private werkgever die compensatiebenchmarks zet of regulatory-specialisten op schaal aantrekt. De concurrentie om talent speelt zich af tussen een dominante publieke instelling die stabiliteit, pensioen en 36-urige werkweken biedt, en een gefragmenteerde laag van ventures in een vroeg stadium die equity, onzekerheid en de noodzaak bieden om drie functies tegelijk te vervullen. Die asymmetrie bepaalt elke search die in deze markt wordt uitgevoerd.

Waar de IP ontstaat en waar zij naartoe gaat

UMCG Holding BV en de Entrepreneurship and Business Generator van de Rijksuniversiteit Groningen hebben tussen 2020 en 2024 jaarlijks 12 tot 15 nieuwe spin-outs voortgebracht. EBG huisvest momenteel 35 actieve ventures. De pijplijn is reëel. De Faculteit Medische Wetenschappen levert jaarlijks ongeveer 450 MSc- en PhD-afgestudeerden in life sciences af, wat zorgt voor een stabiele instroom van onderzoekers aan het begin van hun loopbaan.

Maar die pijplijn loopt leeg richting het zuiden. Opvallende exits gingen gepaard met verhuizing naar de Randstad voor groeifinanciering. Volgens berichtgeving op FD.nl fuseerde CC Diagnostics met Aminyx Therapeutics en verhuisde naar Leiden om toegang te krijgen tot Series B-kapitaal. Dit patroon is geen uitzondering — het is het standaardtraject voor elke venture uit Groningen die lang genoeg overleeft om echt kapitaal nodig te hebben.

De oplevering van Health Campus Groningen Fase II, verwacht eind 2026, voegt de wet-lab- en cleanroomcapaciteit toe om 20 tot 25 extra scale-upbedrijven te huisvesten. De fysieke infrastructuur komt eraan. Of talent en kapitaal zullen volgen, blijft de centrale vraag voor elke leider in dit ecosysteem.

De financieringsstructuur die elke hire vormgeeft

Life sciences in Noord-Nederland trok in 2024 ongeveer €18 tot €22 miljoen aan aandelenfinanciering aan. Dat vertegenwoordigt minder dan 4% van het nationale Nederlandse life sciences VC-totaal van €580 miljoen, volgens de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen. Het merendeel van dat kapitaal kwam van NOM, de regionale ontwikkelingsmaatschappij, en Europese subsidies — niet van private venture capital.

Dit is geen cyclische dip in financiering. Het is een structureel kenmerk van de markt. NOM heeft tot en met 2026 €40 miljoen voor life sciences gereserveerd, maar hoofdzakelijk in de vorm van schuld en converteerbare leningen. Deze instrumenten kunnen de aankoop van apparatuur en vroege hires financieren. Zij kunnen geen klinische studies in Fase II of III financieren, die routinematig een veelvoud kosten van de volledige cash runway van een spin-out.

De "Series A gap" is de scherpste uitdrukking van deze beperking. Slechts één life sciences-bedrijf uit Groningen, Scarlet Therapeutics, sloot in 2024 een Series A van meer dan €5 miljoen af. In dezelfde periode bereikten 14 bedrijven in de corridor Leiden-Amsterdam diezelfde mijlpaal. De implicatie voor werving is direct: spin-outs in Groningen kunnen niet de compensatieverplichtingen aangaan of het loopbaanperspectief bieden dat senior commercieel en regulatory talent uit de Randstad aantrekt.

Publieke subsidie als tweesnijdend zwaard

Hier ligt de analytische spanning die de meeste waarnemers van deze markt missen. Spin-outs in Groningen ontvangen verhoudingsgewijs hoge publieke subsidie per inwoner via EFRO, WBSO-belastingkredieten en NOM-vouchers in vergelijking met hun tegenhangers in de Randstad. Dat creëert de perceptie van een ondersteund, gezond ecosysteem. De overlevingscijfers spreken die perceptie volledig tegen.

Het sterftecijfer van 65% tussen seed en Series A, tegenover 45% landelijk, suggereert iets contra-intuïtiefs. Overheidsfinanciering in de seedfase houdt mogelijk niet-levensvatbare academische projecten langer in stand dan marktdiscipline zou toestaan. Deze ventures verbruiken de tijd en energie van schaarse regulatory- en klinische specialisten die anders schaalbare ondernemingen zouden kunnen versterken. De talentkosten van een langdurig, gesubsidieerd falen worden niet alleen afgemeten aan de burn rate van de venture. Ze worden afgemeten aan de opportunity cost van de specialisten die het bedrijf tijdens zijn langzame neergang in dienst had.

Deze dynamiek vormt de intellectuele ruggengraat van elke serieuze analyse van de talentmarkt in Groningen. De stad heeft niet simpelweg een tekortprobleem. Zij heeft een toewijzingsprobleem. Het talent bestaat, maar is verdeeld over te veel ventures met te weinig commerciële levensvatbaarheid, vastgehouden door financieringsstructuren die academische oorsprong belonen boven commerciële discipline.

De drie functies die niet ingevuld raken

Elke talentmarkt kent zijn acute drukpunten. In het life sciences-cluster van Groningen veroorzaken drie functiecategorieën de hardnekkigste pijn voor hiring leaders.

Regulatory Affairs Managers met MDR/IVDR-specialisatie

De overgang naar de EU Medical Device Regulation en In Vitro Diagnostic Regulation heeft de IVD-zware spin-outbasis van Groningen onevenredig hard geraakt. Lokale bedrijven melden wachttijden van 9 tot 12 maanden bij Notified Bodies voor een eerste conformiteitsbeoordeling. De totale time-to-market voor nieuwe diagnostica is opgelopen tot 24 tot 30 maanden, tegenover 12 tot 15 maanden onder de vorige richtlijn, volgens de HollandBIO Regulatory Affairs Monitor.

De compliancekosten vertellen het verhaal in één getal. De gemiddelde conformiteitsbeoordeling voor een Klasse IIa-device kost nu €2,4 miljoen. Voor een spin-out met een cash runway van slechts enkele miljoenen is dat een existentieel aandeel van het beschikbare kapitaal. En het proces vereist een specialist om het te managen.

Vacatures voor Regulatory Affairs Manager bij IVD-spin-outs in Groningen blijven doorgaans 6 tot 9 maanden openstaan. In Leiden is de equivalente vacaturecyclus 3 tot 4 maanden, op basis van UWV-gegevens over vacatureduur in Noord-Nederland. Achtenzestig procent van de leden van de Life Cooperative rapporteerde RA-vacatures die langer dan 180 dagen openstonden. De markt voor deze professionals is overwegend passief: meer dan 80% van de gekwalificeerde kandidaten is al in dienst en zoekt niet actief naar een nieuwe functie.

De nationale werkloosheidsgraad voor RA-specialisten ligt onder 1,8%. De gemiddelde anciënniteit bedraagt 4,2 jaar. Deze professionals zijn niet bereikbaar via vacaturebanksites of conventionele advertenties. Zij moeten individueel worden geïdentificeerd, benaderd en overtuigd.

Clinical Research Associates en Clinical Trial Managers

UMCG beschikt over uitgebreide academische trialcapaciteit in Fase I en IIa, met 320 actieve studies in 2023. Maar de infrastructuur voor commerciële sponsors is dun. Slechts twee full-service CRO's hebben een permanente aanwezigheid in Groningen: Vector Clinical en een satellietkantoor van IQVIA. Daardoor zijn spin-outs genoodzaakt Fase IIb- en III-studies uit te voeren in Leiden, Utrecht of België.

De geografie vergroot de wervingsuitdaging. De reistijd van Groningen naar Amsterdam Schiphol bedraagt 2,5 uur. Een implementatiestudie van ZonMW schatte dat studies in Groningen te maken hebben met 15 tot 20% hogere kosten voor patiëntenrekrutering dan vergelijkbare studies in de Randstad. Voor een Clinical Trial Manager die twee aanbiedingen afweegt — één in Leiden met een dichte CRO-infrastructuur en carrièremogelijkheden in pharma, en één in Groningen bij een spin-out met één enkel product — is de professionele afweging niet spannend.

Bioprocess Engineers voor cel- en gentherapie

Het ontbreken van GMP-productiefaciliteiten voor advanced therapy medicinal products in Noord-Nederland dwingt celtherapie-spin-outs om te produceren in België of de Randstad. Volgens de infrastructuuranalyse van NOM voegt dit €500.000 tot €800.000 toe aan de jaarlijkse logistieke kosten. Het betekent ook dat de bioprocess engineers die deze productieprocessen draaien geen reden hebben om in Groningen gevestigd te zijn.

De concurrentie om deze specialisten reikt veel verder dan Nederland alleen. Vlaanderen biedt het fiscale voordeel van de Innovation Income Deduction en Engelstalige werkomgevingen, met salarissen die ongeveer 10% boven het niveau van Groningen liggen. Nederlands bioprocess-talent wordt zuidwaarts over de grens getrokken — een stroom die de compensatiestructuren van Groningen niet zijn ingericht om te keren.

De UMCG-paradox: talentbroedplaats en talentsink

Dit is de dynamiek die Groningen fundamenteel anders maakt dan elk ander life sciences-cluster in Nederland, en degene waar de meeste wervingsstrategieën geen rekening mee houden.

UMCG heeft 13.247 medewerkers in dienst. Het is de grootste werkgever van Noord-Nederland. Het biedt stabiliteit in de publieke sector, sterke pensioenvoorzieningen en een 36-urige werkweek. Voor een kersverse life sciences-promovendus is de keuze tussen UMCG en een spin-out van 8 personen met 18 maanden runway geen moeilijke.

De data bevestigen dit. Drieënzeventig procent van de life sciences-promovendi van de RUG treedt direct na afstuderen in dienst bij UMCG, volgens de alumnienquête van de RUG. Slechts 4% gaat naar startups. De standaardaanname achter universitaire spin-outecosystemen is dat nabijheid tot de academische wereld zorgt voor een constante aanvoer van founders. De cijfers uit Groningen spreken die aanname rechtstreeks tegen.

UMCG concurreert niet alleen met spin-outs om talent. Het zet de basisverwachtingen die elke spin-out moet overtreffen. Een regulatory-specialist bij UMCG verdient een voorspelbaar salaris, werkt voorspelbare uren en bouwt een cv op in een academisch medisch centrum van wereldklasse. Een regulatory-specialist bij een spin-out verdient een lagere vaste beloning, werkt langere uren en zet zijn of haar loopbaanontwikkeling in op één enkel product dat de markt moet halen — in een regelgevingsomgeving waarin goedkeuringstermijnen bijna zijn verdubbeld.

De spin-outs die er wel in slagen om tegen deze zwaartekracht in te werven, doen dat door iets te bieden wat UMCG niet kan: equity-participatie, commerciële leiderschapsverantwoordelijkheid en de kans om een product van bench naar bedside te brengen. Maar dat aanbod werkt slechts voor een beperkte subset van kandidaten die zowel risicotolerant als commercieel georiënteerd zijn. De talentpool krimpt al vóór de search begint.

Voor organisaties die in deze markt talent mapping uitvoeren, moet deze dynamiek het vertrekpunt zijn van elke searchstrategie. De beschikbare pool wordt niet bepaald door het aantal life sciences-professionals in Groningen. Zij wordt bepaald door het aantal dat bereid is de zwaartekracht van UMCG te verlaten.

Compensatie: de kloof die op elk niveau groter wordt

De compensatie voor life sciences-functies in Groningen ligt 8 tot 12% onder die van vergelijkbare functies in de Randstad. Die korting is algemeen bekend. Minder goed begrepen is waar de kloof het meest relevant is en waar niet.

Op het niveau van senior specialist verdient een Regulatory Affairs Manager met 5 tot 8 jaar ervaring in Groningen €68.000 tot €85.000. De equivalente functie in Leiden betaalt €85.000 tot €105.000. Dat is een premie van 15 tot 22% — niet de 8 tot 12% gemiddeld die de kernstatistieken suggereren. De kloof is het grootst op precies het senioriteitsniveau waarop spin-outs in Groningen het hardst moeten werven.

Op directieniveau bieden VP Regulatory Affairs- en Chief Quality Officer-functies bij spin-outs een vaste beloning van €125.000 tot €165.000 plus 0,5 tot 1,5% aandelen. VP Clinical Development verdient €140.000 tot €180.000 plus aandelen. CTO- en CSO-functies bij ventures in een vroeg stadium bieden een vaste beloning van €130.000 tot €170.000 met substantiële aandelenbelangen van 15 tot 25% voor chief scientists in de oprichtingsfase.

De aandelencomponent is wat compensatiepakketten van spin-outs in theorie concurrerend maakt. Een belang van 1,5% in een venture die een waardering van €100 miljoen bereikt, is meer waard dan de salarispremie in de Randstad over tien jaar opgeteld. Maar het sterftecijfer van 65% vóór Series A betekent dat de verwachtingswaarde van die aandelen, gecorrigeerd voor waarschijnlijkheid, veel lager ligt dan de headline-cijfers suggereren. Geavanceerde kandidaten maken die berekening. Hiring leaders die aandelen presenteren als een eenvoudige compensatiegelijkmaker verliezen geloofwaardigheid bij precies de mensen die zij moeten aantrekken.

Bedrijven die erin zijn geslaagd RA Managers uit Leiden of Utrecht aan te trekken, hebben doorgaans relocation packages van €15.000 tot €25.000 betaald en salarispremies van 12 tot 18% boven de standaardschalen van Groningen geboden. Deze premies compenseren de lagere kosten van levensonderhoud, maar zetten de kasposities van ventures die al met beperkte runway opereren verder onder druk.

De tijdlijn van infrastructuur en wat dit betekent voor werving in 2026

De oplevering van Health Campus Groningen Fase II eind 2026 is de grootste fysieke infrastructuurinvestering in de life sciences-sector van Noord-Nederland. Vijftienduizend vierkante meter nieuwe wet-lab- en cleanroomcapaciteit zal theoretisch plaats bieden aan 20 tot 25 extra scale-upbedrijven.

Dit is een echt kantelpunt. Als de ruimte wordt gevuld, verdubbelt dat ruwweg de dichtheid van de operationele kern van het cluster op de Healthy Ageing Campus en de Zernike Campus. Dichtheid is belangrijk omdat zij de informele netwerkeffecten creëert die werving versnellen: gedeelde koffieruimtes, gesprekken in de gang en het soort alledaags professioneel contact dat een markt laat aanvoelen als een markt in plaats van als een verzameling geïsoleerde bedrijven.

Maar infrastructuur zonder talent is duur vastgoed. De achterstand bij de Nederlandse Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd voor medtech-goedkeuringen zal naar verwachting pas tegen Q2 2026 zijn weggewerkt, waardoor goedkeuringsvensters van 12 tot 15 maanden in stand blijven. Het onderwijs zal op zijn vroegst pas in 2027 voldoende MDR/IVDR-regulatory-specialisten afleveren. En de bevolking in de werkzame leeftijd in Groningen zal naar verwachting tegen 2030 met 3,2% krimpen, waardoor de toch al beperkte pool nog krapper wordt terwijl steden in de Randstad groeien.

De organisaties die intrekken in Health Campus Fase II zullen te maken krijgen met een wervingsomgeving waarin de regulatory-specialisten die zij nodig hebben nergens in Nederland in voldoende aantallen bestaan, laat staan in Groningen. De bedrijven die deze professionals weten te binden, zijn degenen die beginnen met zoeken voordat zij hun huurovereenkomst ondertekenen. Wachten tot het lab gebouwd is om de zoektocht naar talent te starten, is een strategie die garandeert dat het lab gedeeltelijk leeg blijft staan.

Voor klinische en bioprocess-functies betekent het ontbreken van GMP-productie-infrastructuur dat de nieuwe campus het supplychainprobleem niet volledig oplost. Celtherapie-ventures die naar de Health Campus verhuizen, zullen nog steeds produceren in België of de Randstad. Zij zullen bioprocess engineers nog steeds moeten overtuigen om te verhuizen naar een stad waar de productievloer ontbreekt waarop deze engineers willen werken. De campus lost het labprobleem op. Het fabrieksprobleem niet.

Wat hiring leaders die in deze markt opereren anders moeten doen

Het conventionele search-playbook gaat uit van een functionerende markt: plaats een vacature, ontvang sollicitaties, screen, interview, doe een aanbod. In het life sciences-cluster van Groningen bereikt dat playbook hoogstens 20% van de geschikte kandidaten voor de functies die er het meest toe doen. De andere 80% is in dienst, tevreden en niet actief op zoek. Zij zitten bij UMCG. Zij zitten in Leiden. Zij zitten in Vlaanderen. Zij zullen op geen enkel platform een vacature zien.

De eerste vereiste is snelheid die aansluit op de realiteit van de markt. Een regulatory affairs-zoektocht in deze markt die via een standaardproces van 90 dagen loopt, verliest de beste kandidaten vóór het eerste gesprek. De passieve kandidaat met MDR/IVDR-ervaring en een gemiddelde anciënniteit van 4,2 jaar ontvangt meerdere benaderingen per kwartaal. Het bedrijf dat deze kandidaat als eerste bereikt, met een overtuigend aanbod en een snel proces, wint. Het bedrijf dat als derde aankomt met een generieke functiebeschrijving en een interviewpanel van vier rondes, niet.

De tweede vereiste is geografisch bereik dat is afgestemd op waar het talent zich daadwerkelijk bevindt. Een zoekopdracht uitsluitend in Groningen voor RA Managers zal mislukken. Een zoekopdracht uitsluitend binnen Nederland voor bioprocess engineers zal waarschijnlijk mislukken. De effectieve zoekradius voor deze functies strekt zich uit tot Leiden, Utrecht, Vlaanderen en in sommige gevallen het VK en Duitsland. Bedrijven die deze hires succesvol hebben gerealiseerd, deden dat door satellietkantoren of hybride constructies aan te houden die kandidaten accommoderen die niet volledig willen verhuizen. Het model van BiAx Biotech — met een satelliet in Utrecht voor regulatory- en klinisch personeel en 40% van deze functies buiten Groningen — is geen compromis. Het is het operating model dat de markt vereist.

De derde vereiste is een propositie die verder gaat dan compensatie. De kandidaat die UMCG verlaat voor een spin-out wordt niet primair door geld gedreven. UMCG betaalt goed. De kandidaat wordt gedreven door de kans om leiding te geven, een regelgevingsstrategie van begin tot eind in eigen hand te hebben, een product naar de markt te brengen in plaats van bij te dragen aan één academische studie tussen honderden andere. Spin-outs die hun wervingsgesprekken beginnen met salariscijfers, spelen hun zwakste kaart uit. Degenen die beginnen met de scope van de rol, het klinische potentieel van het product en het pad van de kandidaat naar commercieel leiderschap converteren aantoonbaar beter.

De aanpak van KiTalent voor executive search in life sciences- en healthcaremarkten (https://kitalent.com/healthcare-life-sciences) is precies voor dit type searchomgeving ontwikkeld. Wanneer 80% van de gekwalificeerde kandidaten passief is, wanneer de effectieve searchgeografie zich uitstrekt over drie landen, en wanneer de gemiddelde vacaturecyclus langer dan zes maanden duurt, werkt een model van directe, AI-versterkte headhunting (https://kitalent.com/nl/headhunting) dat eerst de volledige markt in kaart brengt voordat één enkele benadering wordt gedaan. Interviewklare kandidaten binnen 7 tot 10 dagen, met een retentie van 96% na één jaar — omdat de matching plaatsvindt vóór de introductie, niet erna.

Voor organisaties die teams opbouwen in het life sciences-cluster van Groningen — of zij nu intrekken in Health Campus Fase II, een spin-out voorbij de seedfase schalen of regulatory leadership aantrekken om een device door MDR-conformiteitsbeoordeling te loodsen — start een gesprek met ons executive search-team (https://kitalent.com/nl/contact) over hoe wij deze specifieke markt benaderen. De kandidaten die u nodig hebt, zijn niet zichtbaar. Maar zij zijn wel vindbaar.

Veelgestelde vragen

Waarom is het zo moeilijk om Regulatory Affairs Managers aan te nemen in Groningen?

De overgang naar MDR/IVDR heeft een vraag gecreëerd naar regulatory-specialisten die het Nederlandse onderwijssysteem pas op zijn vroegst in 2027 kan leveren. In Groningen specifiek is meer dan 80% van de gekwalificeerde RA-professionals passief in dienst en niet zichtbaar op jobboards. Vacaturecycli voor RA Manager-functies bij IVD-spin-outs lopen op tot 6 à 9 maanden, bijna het dubbele van het niveau in Leiden. De concurrentie komt niet alleen van andere spin-outs, maar ook van de stabiele arbeidsvoorwaarden van UMCG en van bedrijven in de Randstad die salarispremies van 15 tot 22% bieden. Het bereiken van deze kandidaten vereist proactieve identificatie via direct search-methoden in plaats van conventionele advertenties.

Welke salarissen verdienen life sciences-executives in Groningen?000 tot €165.000 plus 0,5 tot 1,5% equity. VP Clinical Development verdient €140.000 tot €180.000 plus aandelen. CTO- en CSO-functies bij ventures in een vroeg stadium variëren van €130.000 tot €170.000 met aandelenbelangen van 15 tot 25% in de oprichtingsfase. Senior specialist-functies zoals RA Managers verdienen €68.000 tot €85.000, wat 15 tot 22% onder vergelijkbare functies in Leiden ligt. Bedrijven die uit de Randstad rekruteren, bieden doorgaans verhuispakketten van €15.000 tot €25.000.

**Hoe verhoudt het life sciences-cluster van Groningen zich tot Leiden?Leiden Bio Science Park biedt hogere salarissen (premies van 15 tot 22% voor vergelijkbare regelgevende en klinische functies), een dichtere CRO-infrastructuur en nabijheid van Big Pharma-werkgevers waaronder Johnson & Johnson en Merck. Het voordeel van Groningen ligt in de academische proefcapaciteit via UMCG, lagere kosten van levensonderhoud en de uitbreiding van de Health Campus. Tegelijkertijd werden in Leiden in 2024 14 Series A-rondes boven €5 miljoen gesloten tegenover één in Groningen, wat wijst op een wezenlijke kloof in de beschikbaarheid van privaat kapitaal die zowel de levensvatbaarheid van bedrijven als hun concurrentiekracht op de arbeidsmarkt beïnvloedt.

Wat is de Health Campus Groningen en welke invloed heeft die op werving?Health Campus Groningen Fase II, waarvan de voltooiing eind 2026 wordt verwacht, voegt 15.000 vierkante meter wetenschapslaboratorium- en cleanroomruimte toe en kan theoretisch 20 tot 25 extra scale-upbedrijven huisvesten. Deze infrastructuurinvestering zou de dichtheid van het cluster moeten verhogen en netwerkeffecten creëren die werving ondersteunen. De talentbottleneck in regelgevende zaken en bioprocestechniek blijft echter bestaan, ongeacht de fysieke capaciteit. Bedrijven die van plan zijn ruimte op de Health Campus te betrekken, doen er goed aan hun executive searches te starten voordat hun ruimte gereed is, niet erna.

Waarom hebben spin-outs in Groningen moeite om life sciences-talent te behouden?** Als grootste werkgever van Noord-Nederland met 13.247 medewerkers, pensioenen in de publieke sector en 36-urige werkweken zet UMCG basisvoorwaarden die spin-outs qua stabiliteit niet kunnen evenaren. Drieënzeventig procent van de life sciences-promovendi van de RUG gaat rechtstreeks naar UMCG. Spin-outs die talent met succes behouden, doen dat door aandelenparticipatie, volledige commerciële eigenaarschap over regelgevings- of klinische strategie en een pad van academische bijdrager naar commercieel leider te bieden. De aanpak van KiTalent voor de ontwikkeling van Talent Pipeline helpt organisaties het soort duurzame kandidaatrelaties op te bouwen dat zowel de snelheid van werving als retentie op lange termijn verbetert.

Kunnen life sciences-bedrijven in Groningen op afstand aannemen om lokale talentschaarste te overwinnen?

Gedeeltelijk. Verschillende spin-outs in Groningen houden inmiddels satellietkantoren in Utrecht aan of werken met hybride modellen om talent uit de Randstad aan te trekken voor regelgevings- en klinische functies. Data suggereren dat bij sommige bedrijven inmiddels ongeveer 40% van deze functies buiten Groningen is gevestigd. Wet-labfuncties, coördinatie van klinische studies die nabijheid tot UMCG vereisen en toezicht op productie kunnen echter niet op afstand worden uitgevoerd. De effectieve strategie combineert hybride constructies voor regelgevende en commerciële functies met AI & Technology waar de kandidatenpool het kleinst is en de zoektocht over de grens moet reiken tot in Vlaanderen en daarbuiten.

Gepubliceerd op: