De cluster voor technisch textiel in Kortrijk groeit snel en werft trager aan: de talenttegenstelling achter Flax Valley

De cluster voor technisch textiel in Kortrijk groeit snel en werft trager aan: de talenttegenstelling achter Flax Valley

West-Vlaanderen is goed voor 80% van de Europese vlasvezelproductie in volume. Binnen een straal van 30 kilometer rond Kortrijk zijn ongeveer 420 textielbedrijven actief in een van Europa's meest geconcentreerde productieclusters. Zij exporteren 89% van hun output en verankeren een toeleveringsketen die reikt van zwingelarijen tot wereldwijde luchtvaartprogramma's. Het segment technisch textiel binnen de cluster groeide met 4,2% in de eerste drie kwartalen van 2024. Naar de meeste maatstaven floreert het textielbekken van Kortrijk.

Naar één maatstaf niet. De absolute industriële werkgelegenheid in de sector daalde in dezelfde periode met 2,1%. De omzet stijgt. Het personeelsbestand krimpt. De functies die overblijven zijn moeilijker in te vullen, technisch veeleisender en minder zichtbaar voor conventionele wervingsmethoden. Zevenenveertig procent van de textiel-kmo's in West-Vlaanderen meldt dat R&D-functies langer dan zes maanden onvervuld blijven. De zoekopdrachten naar automation engineers die moderniseringsprogramma's voor weefgetouwen op schema moeten houden, duren gemiddeld 127 dagen — bijna dubbel zo lang als de doorlooptijd voor een algemene mechanical engineer in dezelfde regio.

Wat volgt is een analyse van de krachten die de Manufacturing van binnenuit hervormen: een cluster waarvan de branding vlas zegt, maar waarvan de wervingsvraag polymeercomposieten zegt; waar de schaal van kmo's loopbaanontwikkeling zo beperkt dat dit tot uitstroom leidt; en waar de demografische rekensom betekent dat een generatie onvervangbare vaardigheden sneller verdwijnt dan welke opleidingspipeline ook kan bijbenen. Voor senior hiring leaders die verantwoordelijk zijn voor functies in technisch textiel, textielmachines of advanced materials in deze regio is inzicht in deze dynamiek niet langer optioneel. Het is het verschil tussen kritieke posities invullen en ze een half jaar open zien staan.

De tweedeling: waarom groei en krimp tegelijk plaatsvinden

De textielsector in Kortrijk kent niet één enkele economische trend. Hij kent twee tegengestelde trends binnen dezelfde cluster, en de spanning daartussen bepaalt elke wervingsbeslissing in de regio.

De traditionele productie van kleding en huishoudtextiel kromp in 2024 met 3% in volume. De energiekosten stabiliseerden op €0,165 per kilowattuur voor industriële afnemers — lager dan de pieken tijdens de crisis van 2022, maar nog altijd 23% boven het niveau van 2019, volgens de opvolging van energieprijzen door Statbel. Die stabilisatie maakte een hervatting van kapitaaluitgaven mogelijk, maar die hervatting was selectief. De investeringen gingen naar automatisering, niet naar de uitbreiding van traditionele productielijnen. Het resultaat: technisch textiel en de productie van textielmachines groeiden met 4,2%, terwijl de traditionele kant capaciteit bleef afbouwen.

De vooruitzichten voor 2026 verdiepen deze tweedeling. Prognoses van het Belgian Foreign Trade Agency voorzien voor West-Vlaanderen een groei van 3,5% in de output van technisch textiel tegenover een verdere daling van 1,2% in traditioneel textiel. De groeivectoren zijn specifiek: beschermende textielen — gedreven door EU-defensie-uitgaven en regelgeving rond industriële veiligheid —, smart textiles die geleidende garens en sensoren integreren, en chemische recyclage-infrastructuur voor polyester en gemengde vezels onder het initiatief Circular Textile Valley.

Wat de omzetgroei verhult over werkgelegenheid

Dit is het cijfer dat telt voor iedereen die verantwoordelijk is voor personeelsplanning in deze cluster. De omzet groeide met 4,2%. De werkgelegenheid daalde met 2,1%. Automatisering en productiviteitswinsten gaan sneller dan marktuitbreiding. De cluster produceert meer waarde met minder mensen, en de mensen die zij nodig heeft, zijn niet dezelfde als vijf jaar geleden.

Dit creëert een politieke en praktische paradox. Een sector die economisch groeit maar als lokale werkgever krimpt, slaagt er moeilijker in dezelfde politieke steun, dezelfde opleidingsinvesteringen en dezelfde aandacht voor de talent pipeline te krijgen als een sector die op beide dimensies groeit. De rollen die verdwijnen zijn halfgeschoolde productierollen. De rollen die ontstaan zijn chemical engineers, automatiseringsspecialisten en sustainability compliance managers. De pijplijn die de eerste categorie voortbracht, levert de tweede niet op.

Het erfgoedmerk en de technische realiteit

Het brandinginitiatief "Flax Valley", gecoördineerd door Leiedal, is commercieel succesvol geweest. Sinds 2023 trok het drie FDI-projecten aan in duurzame vezelverwerking. Het positioneert Kortrijk als kenniscentrum voor natuurlijke vezels. Het probleem is dat de groei met de hoogste marges in de cluster niets met vlas te maken heeft.

Medische composieten, luchtvaartvezels en beschermende membranen steunen op koolstofvezel, aramiden en gerecycleerde synthetische materialen. Dit zijn producten uit de polymeerchemie, geen traditionele vezelproducten. De regio leidt traditionele vezelkennis op en vermarkt die, terwijl de feitelijke wervingsvraag verschuift naar engineering in polymeercomposieten. Een hiring leader die in Kortrijk zoekt naar een senior polymer chemist, werft tegen een merkidentiteit in die een heel ander type expertise uitstraalt. Het culturele prestige van het vlaserfgoed kan investeringen in duurzame mode aantrekken. Het trekt niet de materiaalwetenschappers aan die de cluster in werkelijkheid nodig heeft.

De drie functies die het moeilijkst in te vullen zijn

De schaarste op de technische talentmarkt van Kortrijk is niet gelijk verdeeld. Drie functiecategorieën zijn verantwoordelijk voor een onevenredig groot deel van de wervingspijn, en elk heeft een andere onderliggende oorzaak.

Textile Chemical Engineers

Senior chemical engineers met een dubbele competentie in polymeerwetenschap en het gedrag van textielsubstraten zijn het schaarsste technische profiel in de cluster. Bedrijven die coatings en functionele finishes produceren, hebben professionals nodig die zowel de chemie als het toepassingssubstraat begrijpen — een combinatie die noch een zuivere chemieopleiding noch een zuivere opleiding textieltechnologie op zichzelf voortbrengt. Regionale rekruteringsbureaus melden dat deze kandidaten overwegend passief zijn. Werkgevers rekruteren regelmatig uit de regio Twente in Nederland of uit Ludwigshafen in Duitsland en bieden salarispremies van 18 tot 25 procent om laterale overstappen veilig te stellen.

De voorgestelde EU-beperkingen op per- en polyfluoralkylstoffen voegen een herformuleringslast toe die deze functie nog kritieker maakt. Sioen Industries en Bontex hebben publiek aangegeven dat de herformuleringskosten meer dan €5 miljoen per productlijn bedragen. De chemici die deze herformuleringsprogramma's kunnen leiden, zijn dezelfde chemici die elke concurrent probeert aan te werven.

Automation Engineers met textielspecifieke kennis

Algemene automation engineers zijn te vinden. PLC- en robotics-specialisten die weefkinematica en spanningscontrolesystemen begrijpen, niet. Dat onderscheid is belangrijk, want een weefgetouw is geen generieke productielijn. De mechanische toleranties, de realtime feedbacklussen en de materiaalvariabiliteit van textielsubstraten creëren besturingsproblemen die standaardopleidingen in industriële automatisering niet afdekken.

Gegevens van LinkedIn Talent Insights tonen aan dat vacatures voor "Automation Engineer, Textile" in het arrondissement Kortrijk na 90 dagen een repost rate van 34% hebben. Die repost rate is het duidelijkste beschikbare signaal van mislukte initiële searches. De gemiddelde time-to-fill voor deze functies bedraagt 127 dagen, tegenover 68 dagen voor een algemene mechanical engineer in dezelfde regio. De kloof tussen die twee cijfers is de kost van specificiteit.

Sustainability and Circular Economy Managers

De EU Corporate Sustainability Reporting Directive en de vereisten rond het Digital Product Passport creëren vraag naar een functie die drie jaar geleden nauwelijks bestond. Kmo's met een omzet van meer dan €40 miljoen worden geconfronteerd met compliancekosten in het eerste jaar van naar schatting €120.000 tot €200.000. Zij hebben professionals nodig die life cycle assessments kunnen uitvoeren, systemen voor materiaaltraceerbaarheid kunnen beheren en wettelijke vereisten kunnen vertalen naar operationele veranderingen op de productievloer.

De talentpool voor deze combinatie van regelgevingskennis en ervaring op de productievloer is extreem dun. De meeste sustainability professionals in België komen uit consulting en missen de operationele context. De meeste productiemanagers missen de regelgevende vaardigheid. Het snijvlak is klein en wordt in verhouding tot de vraag steeds kleiner.

Verloning: wat de cijfers zeggen en wat ze missen

Het verloningsbeeld in de cluster van Kortrijk weerspiegelt de structurele beperkingen van een door kmo's gedomineerde markt die voor talent concurreert met grotere werkgevers in buurlanden en andere sectoren. Basissalarissen voor senior R&D engineers in technisch textiel liggen tussen €68.000 en €85.000, waarbij de totale vergoeding uitkomt op €75.000 tot €95.000 wanneer standaardbonussen en de waarde van een bedrijfswagen worden meegerekend, volgens de Michael Page Belgium Engineering Guide 2024.

Op directieniveau liggen R&D Director-functies tussen €110.000 en €140.000 basis, oplopend tot €130.000 tot €170.000 totale vergoeding. VP Operations- en Plant Manager-functies bij kmo's variëren van €120.000 tot €160.000 basis, met totale pakketten tot €200.000. Managing Director-functies in textielmachines pieken op €150.000 tot €200.000 basis, met totale vergoeding tot €250.000 bij bedrijven zoals Van de Wiele.

Deze cijfers liggen op gelijke hoogte met Gent, maar met een korting van 10 tot 15 procent ten opzichte van Brussel. Die korting is minder relevant voor functies die op een productievloer moeten worden uitgevoerd, waar Brussel geen praktisch alternatief is. Ze is wél van groot belang voor materials scientists op PhD-niveau die kunnen kiezen tussen een textielbedrijf in Kortrijk en een farmaceutische of chemische werkgever in Brussel. Het Vlerick Business School Remuneration Report 2024 merkt op dat de vergoeding voor materials scientists op PhD-niveau boven de bandbreedte van R&D Director uitkomt wanneer zij concurreren met de farmaceutische sector.

Het probleem van de grensoverschrijdende premie

De verloningsuitdaging is niet alleen verticaal. Ze is ook geografisch. De Nederlandse 30%-regeling biedt een belastingvoordeel voor kennismigranten waardoor Nederlandse werkgevers 15 tot 20 procent hogere nettosalarissen kunnen bieden voor gelijkwaardige functies. Het TechMed Centre van de Universiteit Twente en werkgevers zoals TenCate in de regio Twente putten rechtstreeks uit dezelfde talentpool die Kortrijk nodig heeft.

Duitsland versterkt het probleem op een andere manier. Grotere industriële groepen in Noordrijn-Westfalen bieden brutopremies van €20.000 tot €30.000 voor senior engineers, plus corporate loopbaanstructuren die een kmo eenvoudigweg niet kan evenaren. Twaalf procent van de afgestudeerden in textile engineering van Howest emigreert naar Duitsland. Voor een opleiding die jaarlijks ongeveer 45 studenten aflevert, is dat geen verwaarloosbaar detail. Het zijn vijf of zes specialisten per jaar die de lokale cluster zich niet kan permitteren te verliezen.

Textiel-kmo's in Kortrijk die op verloning willen concurreren met deze grensoverschrijdende aantrekkingskracht, beschikken over beperkte instrumenten. Beursgenoteerde bedrijven zoals Sioen kunnen aandelenopties aanbieden. Familiebedrijven doorgaans niet. Sommige experimenteren met participatiestructuren die op aandelen lijken en met versnelde promotietrajecten. Maar de fundamentele beperking blijft: een kmo met 30 medewerkers kan een chemical engineer de titel Technical Manager geven. Zij kan geen loopbaanladder bieden voorbij die titel, zonder dat de engineer naar een grotere organisatie vertrekt.

De demografische afgrond en de crisis in kennisoverdracht

West-Vlaanderen heeft de oudste mediane leeftijd van het personeelsbestand in België: 44,2 jaar. Achtentwintig procent van de textieltechnici is 55 jaar of ouder. De sector staat voor een pensioengolf in vaktechnische beroepen waarbij de bedreigde kennis niet gedocumenteerd, niet gedigitaliseerd en in veel gevallen niet overdraagbaar is via formele opleiding.

Weefgetouwmechaniekers en meester-ververs dragen decennia aan stilzwijgende expertise met zich mee. Het gevoel van een garen onder spanning. Het visueel herkennen van een defectpatroon op productiesnelheid. Het intuïtief afstellen van een 40 jaar oude machine waarvoor geen handleiding meer bestaat. Deze expertise zit in de handen en ogen van individuen, niet in systemen. Wanneer die individuen met pensioen gaan, verdwijnt de kennis met hen.

De opleidingspipeline kan dat bij de huidige volumes niet compenseren. De professionele bachelor Textile Technology and Management van Howest is de enige opleiding in zijn soort in Vlaanderen. Jaarlijks studeren ongeveer 45 studenten af. In 2024 stroomde 78% van die afgestudeerden door naar werk binnen de regionale cluster. Dat betekent dat ruwweg 35 afgestudeerden per jaar instromen in een cluster van 420 bedrijven die tegelijk met pensioneringen en functietransformatie worden geconfronteerd.

De Campus Kortrijk van de Universiteit Gent draagt bij via de Master of Science in Materials Engineering, met onderzoekslijnen in vezelversterkte composieten en polymeerwetenschap. Het Core Lab van Flanders Make in Kortrijk onderhoudt 12 actieve innovatieprojecten met lokale kmo's. Dat zijn reële troeven. Ze zijn ook structureel te klein voor de vervangingsvraag waaraan zij geacht worden te voldoen.

De verborgen kost van het verlies aan institutionele kennis is moeilijk te kwantificeren maar eenvoudig waar te nemen. Een productielijn die onder een meestertechnicus die met pensioen gaat op 97% rendement draaide, zakt onder een pas opgeleide opvolger naar 89%. Het kan twee jaar duren voordat die kloof gedicht is. Vermenigvuldig dat met tientallen kmo's die in hetzelfde tijdsvenster van vijf jaar hun meest ervaren mensen verliezen, en de geaggregeerde impact op de productiviteit is materieel.

De kernanalyse: kapitaal verving het ene personeelsbestand door een ander dat nog niet bestaat

De data in deze markt onthullen een dynamiek die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien wanneer u omzetgroei en werkgelegenheidsdaling als afzonderlijke lijnen op een grafiek bekijkt. Het is één en hetzelfde verhaal.

De investeringscyclus die hervatte na de stabilisatie van de energiekosten, heeft het personeelsbestand van vóór de crisis niet hersteld. Zij heeft het vervangen. De semi-geschoolde productierollen die kenmerkend waren voor de traditionele textielsector worden weggeautomatiseerd. De functies die automatisering creëert, verschillen op elk vlak: zij vereisen andere opleidingen, andere ervaring, andere loopbaanverwachtingen en andere verloningsstructuren. De cluster investeerde sneller in machines dan welke instelling ook de mensen kon opleiden om die machines te bedienen, te onderhouden en te verbeteren.

Dit is geen tijdelijk gebrek aan afstemming. Het is een permanente verandering in wat de cluster nodig heeft. Een aanwervingsleider bij een kmo in Kortrijk concurreert niet om hetzelfde talent als in 2019. Die concurreert om talent dat vijf jaar geleden in de sector nog niet bestond als duidelijk afgebakende functiecategorie: engineers in polymeercomposieten, automatiseringsspecialisten met kennis van textielkinematica, sustainability managers met geloofwaardigheid op de productievloer. Dit zijn nieuwe functies in een oude industrie. De 80% van de kandidaten die gekwalificeerd zijn om deze functies te vervullen, is niet op zoek naar een nieuwe baan. Zij zijn ingebed in de organisaties waar deze competenties voor het eerst zijn ontwikkeld.

Elke conventionele rekruteringsaanpak — van vacaturesites tot contingency-opdrachten bij bureaus — bereikt alleen het zichtbare deel van een talentmarkt die overwegend onzichtbaar is. In een cluster waar 85% van de R&D Directors en 80% van de senior polymerchemici passief is, is de zoekmethode geen procedureel detail. Het is de variabele die het meest waarschijnlijk bepaalt of een kritieke functie wordt ingevuld of zes maanden open blijft staan.

Wat hiring leaders in deze markt anders moeten doen

Het conventionele searchproces voor een industriële kmo in West-Vlaanderen volgt doorgaans een vertrouwde volgorde: plaats de functie op StepStone en VDAB, brief een lokaal rekruteringsbureau, wacht op sollicitaties, interview wie zich aandient. In een markt waar 70 tot 85 procent van de doelkandidaten passief en in dienst is, bereikt deze aanpak het kleinste en minst competitieve segment van de talentpool.

De gemiddelde time-to-fill van 127 dagen voor textile automation engineers weerspiegelt geen traagheid in de markt. Het weerspiegelt de methode. Bedrijven die vacatures plaatsen en afwachten, filteren uit een pool die de meeste mensen uitsluit die zij werkelijk nodig hebben. De repost rate van 34% na 90 dagen bevestigt dit: de eerste searchpoging faalt omdat ze de verkeerde populatie bereikt, niet omdat de juiste populatie niet bestaat.

Drie aanpassingen veranderen de uitkomst in deze specifieke markt.

Ten eerste: directe identificatie van passieve kandidaten via systematische talent mapping van de grensoverschrijdende concurrentieset. De regio Twente, Noordrijn-Westfalen en de Brusselse metropoolregio bevatten elk identificeerbare clusters van professionals met exact de competenties die kmo's in Kortrijk nodig hebben. Deze professionals staan niet op vacaturesites. Zij zijn vindbaar via gestructureerde marktintelligentie, niet via advertenties.

Ten tweede: snelheid. In een markt waar meerdere werkgevers dezelfde kleine pool najagen, heeft het bedrijf dat als eerste een sterk voorstel presenteert een doorslaggevend voordeel. Het verschil tussen een searchproces van 30 dagen en een van 90 dagen is niet administratief. Het is het verschil tussen een kandidaat benaderen vóór of nadat een concurrent dat doet. Het model van KiTalent, dat interviewklare kandidaten binnen 7 tot 10 dagen levert, is precies ontworpen voor markten waar timing de uitkomst bepaalt.

Ten derde: het waardevoorstel zelf. Een tegenbod van de huidige werkgever is de standaarduitkomst wanneer een passieve kandidaat wordt benaderd zonder een overtuigende reden om te veranderen. Kmo's in Kortrijk kunnen de salarispremies van Duitse of Nederlandse werkgevers niet altijd evenaren. Zij kunnen wel nabijheid tot de productie, betekenisvolle autonomie en een directe lijn tussen het werk van een engineer en het product dat de klant bereikt bieden. Dat zijn echte voordelen. Ze moeten duidelijk, vroeg en door iemand die begrijpt wat de kandidaat waardeert, worden verwoord.

Samenwerken voor precisie in een zo specifieke markt

De cluster voor technisch textiel in Kortrijk is geen markt voor massale aanwerving. Het is een markt voor precisiewerving. De functies zijn smal afgebakend. De kandidaten zijn passief. De concurrentie is grensoverschrijdend. De kosten van een mislukte zoektocht worden niet gemeten in recruiterkosten, maar in productievertragingen, herformuleringstijdlijnen en compliance-deadlines die niet wachten tot een vacature is ingevuld.

KiTalent werkt samen met industriële organisaties in heel Europa die met precies dit type uitdaging worden geconfronteerd. Met een retentiepercentage van 96% na één jaar over 1.450 voltooide executive placements, en een pay-per-interview-model dat het risico van een upfront retainer wegneemt, is de aanpak gebouwd voor markten waar conventionele methoden functies maandenlang open laten staan.

Voor organisaties die leiders in technisch textiel, R&D-directeuren of automatiseringsspecialisten werven in de cluster van Kortrijk of in de grensoverschrijdende concurrerende markten — waar de kandidaten die u nodig hebt in dienst, passief en onzichtbaar zijn voor vacatureadvertenties — start een gesprek met ons zoekteam voor industrie en maakindustrie over hoe wij het talent identificeren en benaderen dat deze markt vereist.

Veelgestelde vragen

**Wat is de gemiddelde time-to-fill voor automation engineers in de textielsector van Kortrijk?De gemiddelde time-to-fill voor PLC- en roboticaspecialisten met textielspecifieke ervaring in het arrondissement Kortrijk bedraagt 127 dagen, volgens de arbeidsmarktanalyse 2024 van StepStone België. Ter vergelijking: voor algemene mechanical engineers in dezelfde regio is dat 68 dagen. De kloof wordt veroorzaakt door de beperkte overlap tussen expertise in automatisering en kennis van weefkinematica en spanningscontrolesystemen. LinkedIn-gegevens tonen een repost-percentage van 34% na 90 dagen voor deze functies, wat erop wijst dat initiële zoekpogingen vaak mislukken. Bedrijven die proactieve headhuntingmethoden gebruiken, presteren consequent beter dan bedrijven die uitsluitend op vacatureadvertenties vertrouwen.

Waarom is het zo moeilijk om textielchemici aan te werven in België?

Senior textielchemici vereisen een dubbele competentie in polymeerwetenschap en het gedrag van textielsubstraten — een combinatie die noch een zuivere chemieopleiding noch een zuivere textielopleiding voortbrengt. De kandidatenpool is overwegend passief, waarbij werkgevers vaak grensoverschrijdend rekruteren in Nederland en Duitsland met salarispremies van 18 tot 25 procent. Voorgestelde EU-beperkingen op PFAS-verbindingen hebben de vraag verder verhoogd, omdat bedrijven chemici nodig hebben die herformuleringsprogramma's van meerdere miljoenen euro kunnen leiden. Het aanbod is niet meegegroeid.

Hoe verhoudt de verloning in de textielsector van Kortrijk zich tot die in naburige regio's?

De verloning in Kortrijk ligt op gelijke hoogte met Gent, maar met een korting van 10 tot 15 procent ten opzichte van Brussel. De grensoverschrijdende uitdaging is scherper: de Nederlandse 30%-regeling stelt Nederlandse werkgevers in staat om 15 tot 20 procent hogere nettosalarissen te bieden, terwijl Duitse industriële groepen in Noordrijn-Westfalen brutopremies van €20.000 tot €30.000 bieden voor senior engineers. Voor materials scientists op PhD-niveau loopt het verschil verder op wanneer farmaceutische en chemische werkgevers in Brussel concurreren met textielbedrijven.

Welke wijzigingen in de regelgeving beïnvloeden de aanwerving in technisch textiel in België?

Twee EU-regelgevingskaders sturen de vraag naar nieuwe functies aan. De Corporate Sustainability Reporting Directive en de vereisten rond het Digital Product Passport creëren vraag naar sustainability and circular economy managers met expertise in life cycle assessment. De compliancekosten in het eerste jaar voor in aanmerking komende kmo's worden geraamd op €120.000 tot €200.000. Tegelijk bedreigen voorgestelde PFAS-beperkingen toepassingen in beschermend textiel en membranen, waardoor gespecialiseerde chemici voor productherformulering nodig zijn tegen kosten van meer dan €5 miljoen per productlijn.

Wat is het aandeel passieve kandidaten voor senior functies in technisch textiel in West-Vlaanderen? Het aandeel passieve kandidaten verschilt per functie, maar is consequent hoog. R&D Directors in technisch textiel worden geschat op 85% passief. Senior polymer chemists zijn voor ongeveer 80% passief, met een gemiddelde anciënniteit van 7,2 jaar bij hun huidige werkgever. Automation engineers met textielervaring zijn voor ongeveer 70% passief. Deze cijfers betekenen dat conventionele vacatureadvertenties slechts een fractie van het beschikbare talent bereiken.

Effectieve rekrutering in deze markt vereist directe identificatie en benadering van kandidaten via gestructureerde searchmethoden.Hoeveel afgestudeerden in textieltechnologie levert de regio Kortrijk jaarlijks af? De professionele bachelor Textile Technology and Management van Howest University College, de enige opleiding in zijn soort in Vlaanderen, levert jaarlijks ongeveer 45 afgestudeerden af. Maar met 28% van de textieltechnici in de regio die 55 jaar of ouder is en 420 bedrijven in de cluster, is de opleidingspipeline structureel te klein in verhouding tot de vervangingsvraag en de verschuiving naar functies met een hoger vaardigheidsniveau.

Gepubliceerd op: